Tussen 1888 en 1893 schilderde Verster meerdere monumentale bloemstillevens. ‘Pioenen’ heeft als enige een langgerekt liggend formaat. Met de positie van de donkere glazen pot links in het beeld is de compositie nadrukkelijk asymmetrisch. Het boeket dat uit roze pioenrozen en herfstbladeren bestaat, vormt een ongekunsteld, willekeurig geordend geheel en wordt op meerdere plaatsen door de beeldranden afgesneden.
Voor Verster lag in het stadium van verval een bijzondere schoonheid besloten. Zo is hier de bloei duidelijk over haar hoogtepunt heen. Een aantal van de neerhangende en wegkwijnende bloemen steekt scherp af tegen het diepgroene glas; anderen lijken op te gaan in de achtergrond. Rechtsonder liggen her en der gevallen bloemblaadjes. Het voorste bladgroen is, getuige de omgekrulde randen, al gedeeltelijk verschrompeld.
Met het impressionisme heeft het schilderij niet alleen het onopgesmukte karakter gemeen, maar ook de aandacht voor lichtwerking, die bij Verster een bijzondere vorm aanneemt. Hij manipuleerde het licht in zijn stillevenopstellingen op allerlei manieren waardoor de sfeer van verstilling en melancholie wordt versterkt.